Ursula van Braam trouwt met Jan Kneppelhout

Ursula Martha van Braam (1825- 1919) was een dochter van Willem Charles van Braam (1773-1847), kapitein-ter-zee en later burgemeester van Hattum sinds 1812 gehuwd met Petronella Daendels (1790-1814), dochter van de patriot Herman Willem Daendels. Na haar dood huwde Van Braam in 1824 met Machtelina Christina de Gijselaar (1796-1863), de moeder van Ursula. Via haar moeder was zij een achternicht van haar latere echtgenoot Johannes Kneppelhout, wiens moeder, Johanna Maria de Gijselaar, een zus was van de moeder van Ursula, beiden waren dochters van de patriot Cornelis de Gijselaar.

Op 15 mei 1845 trouwt zij te Hattum met Johannes Kneppelhout.

In 1847 kocht Kneppelhout voor f 125.000,- het landgoed De Hemelsche Berg uit de nalatenschap van de in 1846 overleden Lucia Kallenberg van den Bosch- de Jongh, die na het overlijden van haar eerste echtgenoot huwde met Christianus Petrus Eliza Robidé van der Aa. In 1851 vervaardigt de schilder Nicolaas Pieneman van het echtpaar twee fraaie portretten.

Naast de vele protegés die het echtpaar voor korte of langer tijd begeleidde, mocht ook de Oosterbeekse bevolking zich verheugen in hun goedgeefsheid.
Zo droegen zij financieel bij in de stichting van de Sophia kleuterschool en de verbouwing van de Oude Kerk. In 1869 lieten zij de Concertzaal bouwen die na het overlijden van Johannes Kneppelhout in 1885 door Ursula Kneppelhout werd geschonken aan de gemeente.

Als dank voor al deze goedgeefsheid kreeg Ursula ter gelegenheid van haar zeventigste verjaardag in 1895 een gedenknaald, geplaatst op het hoogste punt van het landgoed, aangeboden en 20 jaar later een tweede bewijs van dankbaarheid van de Oosterbeekse bevolking, een pergola nabij de eendjesvijver van de Hemelsche Berg.ursulavanbraamjohanneskneppelhoutNa haar overlijden in 1919 wordt zij bijgezet in het graf van haar echtgenoot op de ommuurde begraafplaats te Katwijk aan Zee. Een plek die Johannes Kneppelhout mede koos omdat zijn oud-oom Cornelis de Gijselaar er in 1815 werd begraven en omdat er onder de Leidse elite van die tijd een grote voorkeur bestond in de duinen nabij de Noordzee te worden begraven. Een bijkomende reden kan zijn geweest dat er vele slachtoffers van de buskruitramp van 1807 in zijn geboortestad Leiden, begraven werden.

Reageren

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.