Maria Philippina Bilders-van Bosse

Net als haar Oosterbeekse vriendin Anna Wolterbeek kwam Maria van Bosse uit een vooraanstaande familie. Haar vader Pieter Philip van Bosse (1809- 1879) was menigmaal minister van Financiën.
In huize Van Bosse aan de Oude Molenstraat te Den Haag stonden kunst en muziek in hoog aanzien en het wekt geen verbazing dat Maria later voor het schilder-schap kiest.
Zij kreeg, net als Anna Wolterbeek, haar opleiding op een atelier van een vooraanstaand schilder, zij bij Hendrik van de Sande Bakhuyzen. Ook mocht zij zich verheugen in de aandacht die Johannes Bosboom aan haar opleiding tot schilderes gaf.

In 1870 breekt zij door als zij, door bemiddeling van Johannes Bosboom, bij de kunsthandel Goupil een schilderij in de etalage mag plaatsen. In 1874 en 1875 volgt zij lessen aan de Haagse Academie voor Beeldende Kunst.
In 1875 leert zij de schilder Johannes Warnardus Bilders kennen, die zijn eerste vrouw Frederike Staudenmayer, moeder van de schilder Gerard Bilders, in 1861 had verloren aan t.b.c., een ziekte waaraan ook Gerard en zijn zus Caroline, getrouwd met de schilder Jan de Haas, 4 jaar later zouden overlijden. Bilders woont dan aan de Prinsengracht. Zij raakt onder de indruk van zijn passie voor de natuur en maakt met hem een studiereis naar Vorden. Steeds hechter wordt de band maar pas na de dood van haar vader, die zij gedurende zijn laatste jaren verzorgde, trouwt zij in 1880 met Bilders. Als getuigen bij het huwelijk treden Hendrik Mesdag en Johannes Bosboom op.
In 1882 vestigt het echtpaar zich in Rozenhage aan de Benedendorpsweg te Oosterbeek, een woning die Jan Kneppelhout hen ter beschikking stelde.In 1882 krijgt Bilders hartklachten en Maria probeert hem actief te houden door vele schilders op Rozenhage uit te nodigen.

Op 29 oktober 1890 sterft Bilders aan de gevolgen van een longontsteking. Hij wordt begraven op de Oude Begraafplaats aan de Fangmanweg. In 1891 maakt Maria een houtskooltekening van het graf waarin zij in 1900 zou worden bijgezet. De laatse 9 jaar van haar leven woont zij aan het Alexanderplein in Den Haag in het huis waar Anton Mauve enige tijd een atelier had. Geplaagd door reumatische pijnen bezoekt zij in 1900 Wiesbaden voor een kuur. Daar loopt zij een enkelbreuk op en wordt opgenomen in een ziekenhuis waar zij op 11 juni 1900 overlijdt. Namens de Haagsche Kunstkring legt Theophile de Bock een krans op het graf en spreekt namens de kunstenaarsvereniging Pulchri Studio Hendrik Mesdag.

Reageren

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.