Kneppelhout koopt een Mollinger

In september 1862 bezoekt Johannes Knepplhout in Amsterdam de Tentoonstelling van levende meesters in de zalen van het Genootschap Arti et Amicitiae. Zijn aandacht wordt getrokken door een olieverfpaneeltje van de jonge, veelbelovende Utrechtse schilder Alexander Mollinger (1836-1867), een vriend van zijn protégé Gerard Bilders. Hij denkt niet al te veel voor dit schilderij te hoeven neerleggen en vraagt Gerard om voor hem te bemiddelen:

“Had ik geld van ’t jaar, ik geloof zeker dat ik het heerlijke tafereel van Bisschop [1]  kocht, maar er is toch iets dat mij aantrekt en misschien voor niet veel te krijgen is, namelijk een schilderijtje van Mollinger, no. 132. Het is vrij oppervlakkig geschilderd, maar er is waarheid, frischheid, eenvoud in, en, als de schilder er niet te wijs mee was en het hemzelven nog toebehoorde, zou ik het wel willen hebben. Wees zo vriendelijk er eens onderzoek naar te doen en schrijf er mij dan eens over !” [2]

Prompt komt het antwoord van Gerard:

“Ik heb geinformeerd naar het schilderijtje van Mollinger. Het behoort hem nog toe en kost f 250,-. Het is eene der beste schilderijen die ik den laatsten tijd van hem zag, en hetgeen u ervan zegt, vind ik volmaakt juist.”[3]
Gerard slaagt erin nog wat van de prijs af te praten, want uiteindelijk noteert Alexander in zijn Liber Veritatis (zijn ‘boekhouding’), dat hij het verkocht heeft voor f 190,- “aan den Heer Kneppelhout van den Hemelschen Berg bij Arnhem”.

Kneppelhout besluit dus tot de aankoop van het schilderij. Het stelt een Zandvoortse visser voor, althans volgens de gelukkige eigenaar, die aan Gerard Bilders schrijft:

“Mijn Zandvoortsch kereltje hangt al op. Zeg aan Mollinger, dat ik er regt blij mede ben. De eerste die het zag, mijn doctor, vroeg ik, hoe hij ’t vond. – Heel leelijk, zei hij, maar ik heb er geen verstand van.– Als hij dit eens had gehad! Maar nu haalde ik adem en vond het altijd even lief, gevoelig, en waar als op de tentoonstelling. Wat mij voor den schilder nog meer heeft ingenomen is, dat hij niet eens zijn naam op het stukje heeft gezet. Ik dacht, dat men daar tegenwoordig altijd mede begon en de voorstelling verder om dien vleijenden karaktertrek heen groepeerde.”[4]

Het schilderij dat door Kneppelhout werd aangekocht, is –zonder lijst- 27,2 x 57 cm in omvang en heeft als titel Het stoppen van een versch pijpje. Het is nog steeds in het bezit van de familie Kneppelhout die het aanvankelijk voor een Bernardus Johannes Blommers hield (een signatuur ontbreekt). Weergegeven is een visser, een ‘botboertje’, zittend op zijn kruiwagen. Na gedane zaken heeft hij even een moment voor zichzelf. Dat het specifiek om een Zandvoortse visser gaat, is niet te onderbouwen. Mogelijk heeft Kneppelhout er zelf een interpretatie aan gegeven. Er zijn geen aanwijzingen dat Mollinger te Zandvoort getekend heeft. Wel schetste hij in dat jaar langs de Zuiderzeekust vissers en hun gezinnen (o.a. “Het botboertje”), dus is het waarschijnlijker dat de pijproker uit die contreien afkomstig is.

Na het overlijden van Kneppelhout werd het schilderijtje voor de erfbelasting getaxeerd op f 300,-

“Ten verzoeke der gerechtigden tot de nalatenschap van wijlen den WelEdelgeb. Heer J. Kneppelhout, overleden te Oosterbeek, heb ik ondergeteekende Willem Eduard van Pappelendam, Kunsthandelaar te Amsterdam, gewaardeerd de navolgende Kunstwerken als Schilderijen (…) A. Mollinger. Een Vischboer f 300,- “

Afbeelding ‘Het stoppen van een versch pijpje’ uit het Liber Veritatis van Alexander Mollinger

[1] Christoffel Bisschop (1828-1904). Schilder van genreraferelen en portretten.
[2] Brief Kneppelhout aan Gerard Bilders, 14 september 1862
[3] Brief Gerard Bilders aan Kneppelhout, 16 september 1862
[4] Brief Kneppelhout aan Gerard Bilders, 29 november 1862

Litteratuur ‘Groet Molletje van mij’ , Rudo den Hartog, uitg. Optima, Vianen, 2008, blz. 105
‘Gekleurd grijs’, Wiepke Loos, uitg. Waanders, Zwolle, 2009, blz. 329

Reageren

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.