Oosterbeek – Graaf van Rechterenweg

 

Op de plek van de huidige Haardstedeflat op de Graaf van Rechterenweg 1 stond voor de bouw ervan deze villa.

Op de plek van de huidige Haardstedeflat op de Graaf van Rechterenweg 1 stond voor de bouw ervan deze villa.

 

De Graaf van Rechterenweg rond 1905. Links hotel Dreijeroord met een postbode voor de deur.

De Graaf van Rechterenweg rond 1905. Links hotel Dreijeroord met een postbode voor de deur.

 

Hotel Dreijeroord rond 1930.

Hotel Dreijeroord rond 1930.

Na de dood van Theodorus Sanders die op huis Hartenstein woonde maar grote stukken van de Dreijen in eigendom had, verkoopt zijn weduwe Maria Westenberg in 1882 het huis Dreijeroord met een perceel grond. Haar man had vlak voor zijn dood grote stukken grond van de Dreijen verkocht waardoor er vele woningen konden worden gebouwd aan de nieuwe wegen als de Joubertweg, Paul Krugerstraat, Mariaweg enz. Van het overgebleven gebied Dreijen werd Godert Willem Graaf van Rechteren van Appeltern (1841- 1902) eigenaar.

Gezin Van Rechteren Janssens

V.l.n.r. Augusta Isabella Alexandrina Janssens, Godert Willem Graaf van Rechteren van Appeltern met hun enig kind  Petronella Geertruida Agnes van Rechteren van Appeltern

Van Rechteren werd geboren op 19 oktober 1841 te Zwollerkerspel als zoon van Mr. Jacob Hendrik graaf van Rechteren en Geertruid Agnes baronesse de Vos van Steenwijk. Hij verloor zijn ouders op zeer jonge leeftijd en na het gymnasium te Zutphen te hebben doorlopen studeerde hij van 1859 tot 1864 in Leiden rechten, waarna hij advocaat werd te Wageningen een plaats waar hij baron baron Alexander van Dedem van den Berg sr. (1738-1931) trof. Later zou zijn enige dochter Petronella Geertruida Agnes van Rechteren (1868-1928) huwen met baron Alexander van Dedem van den Berg jr. (1868-1912) (z.a.). Hun beider interesse voor de Dreijen te Oosterbeek zal hier niet vreemd aan zijn.
Op 2 januari 1867 huwde Van Rechteren te Londen met Augusta Isabella Alexandrina Janssens (1844- 1919), dochter (buitenechtelijk) van Barber Janssens en koning Leopold I van België. In 1874 wordt hij aangesteld als kerkvoogd van de Hervormde gemeente te Renkum. In 1881 wordt hij benoemd tot kamerheer des Konings en in 1895 tot kamerheer in buitengewone dienst van koningin Wilhelmina. Tijdens zijn verblijf in Wageningen bewoont Van Rechteren het in 1851, naar een ontwerp van de architect L. H. Eberson, gebouwde huis Grunsfoort op het gelijknamige landgoed aan de voet van de Wageningse Berg.

De achterzijde van hotel "Dreijeroord" in 1890. Evert Rothuizen was hier in 1883 het hotel begonnen. De koets zal van de aan de Stationsweg liggen stalhouderij Aalbers zijn geweest die veel gasten voor het hotel vervoerde.

De achterzijde van hotel “Dreijeroord” in 1890. Evert Rothuizen was hier in 1883 het hotel begonnen. De koets zal van de aan de Stationsweg liggen stalhouderij Aalbers zijn geweest die veel gasten voor het hotel vervoerde.

 

Het door Eberson ontworpen huis "Cortenbergh" dat  Van Rechteren kocht van Reinhard Crommelin die het had laten bouwen.

Het door Eberson ontworpen huis “Cortenbergh” dat Van Rechteren kocht van Reinhard Crommelin die het had laten bouwen.

Op 16 september 1881 kocht koning Willem III het landgoed Grunsfoort, van mr. Godert Willem graaf van Rechteren en van Appeltern. Dit bijzonder fraaie landgoed moest dienen als zomerverblijf voor zijn tweede vrouw, koningin Emma. De koning liet het landhuis met een verdieping verhogen door meester-timmerman H.A.J. Popping en meester-metselaar P. de Leeuw uit Wageningen.

Het huis Oranje Nassaus Oord na de verbouwing van Willem III voor in gebruik neming als sanatorium

Het huis Oranje Nassau`s Oord na de verbouwing van Willem III,  waardoor het er een verdieping bij kreeg, voor in gebruik neming als sanatorium

Het koninklijk paar verbleef echter maar 2 zomers op het landgoed, dat inmiddels Oranje-Nassau’s Oord heette. In 1901 schonk Koningin Emma het landgoed aan de Vereniging tot Bestrijding van Tuberculose die er een sanatorium in vestigde. Graaf Godert Willem van Rechteren-Appeltern liet, na de verkoop van Grunsfoort, een fraaie, in Zwitserse stijl met veel hout ontworpen, villa bouwen op een klein landgoed aan de Grintweg te Ede. In 1885 kwam de villa gereed en kreeg de naam Reehorst. Hij woont er echter maar 5 jaar en verkoopt het dan aan de Christelijke Vereniging voor Verzorging van Krankzinnigen en Zenuwlijders.

Het Zwitserse huis Reehorst, het woonhuis van Van Appeltern te Ede

Het Zwitserse huis Reehorst, het woonhuis van Van Appeltern te Ede

Vanaf 1881 zat ook hij in de Provinciale Staten van Gelderland en vanaf 1889 was hij gedeputeerde in Gelderland. In 1892 verhuisde hij naar het huis IJsselvliet in Zwollerkerspel, waarna hij beide aanstellingen opzegde. Op 9 mei 1902 overlijdt hij te Zwolle en wordt begraven op de Verenigings begraafplaats Bergklooster‎, te Zwolle.

Vanuit huize "Ommershof" een zicht op de huizen aan de graaf van Rechterenweg 33/31 (gebouwd 1929), 29 (gebouwd in 1927) en het in 1951 gesloopte pand op nummer 27. Op de achtergrond de nog bestaande twee onder één kap aan de Karel van Gelderlaan 26, gebouwd in 1930.

Vanuit huize “Berg en Dal” een zicht op de huizen aan de graaf van Rechterenweg 33/31 (gebouwd 1929), 29 (gebouwd in 1927) en het in 1951 gesloopte pand op nummer 27. Op de achtergrond de nog bestaande twee onder één kap aan de Karel van Gelderlaan 26, gebouwd in 1930.

Aan de Graaf van Rechterenweg trof men ter hoogte van het huidige Felixoord het Instituut “Berg en Dal” een opleidingsinstuituut voor jongens en meisjes.

Het instituut Berg en Dal (kostschool) aan de Graaf van Rechterenweg

De oprijlaan vanaf de graaf van Rechterenweg naar het instituut “Berg en Dal” aan de Graaf van Rechterenweg. Links de voorzijde van de kostschool.

kaart 490 uit 1931

Kaart uit 1931 met daarop de ligging van “Berg en Dal” en Huize “Ommershof”.

 

De kostschool "Berg en Dal"

De kostschool “Berg en Dal”

Een speelveld voor de pupillen van de kostschool "Berg en Dal".

Een speelveld voor de pupillen van de kostschool “Berg en Dal”.

De eetkamer van "Berg en Dal".

De eetkamer van “Berg en Dal”.

De muziekkamer van "Berg en Dal".

De muziekkamer van “Berg en Dal”.

Een speelveld voor de pupillen van de kostschool "Berg en Dal".

Een speelveld voor de pupillen van de kostschool “Berg en Dal”.

 

Villa "De Heidehof", voor verbouwing door het echtpaar De Bruyn- van Lede.

Villa “De Heidehof”, voor verbouwing door het echtpaar De Bruyn- van Lede.

In de villa “Dreijerheide” woonde Johannes Jacobus Eugenius Hyacinthus Maria de Bruijn (1864-1915), een Rotterdamse industrieel. Hij verbouwde de villa “De Heidehof” met het bijbehorende koetshuis in 1911 en herdoopte het huis in “Dreijerheide” (aannemer was E. de Geest). Hij woonde er  4 jaar met zijn echtgenote mevrouw Paulina (Pau) Johanna Josephina de Bruijn- van Lede (1874-1969), met wie hij in 1904 was gehuwd, tot zijn overlijden op 15 april 1915, in de villa “Dreijerheide.

Pauline de Bruijn- van Lede voor de villa "Dreijerheide.

Pauline de Bruijn- van Lede voor de villa “Dreijerheide.

Met name de bemoeienis, naast veel activiteit op maatschappelijk terrein, van Paulina met de St. Bernulphusparochie is opmerkelijk.
In 1915 maakte Jan Toorop in de St. Bernulphuskerk,in opdracht van mevrouw De Bruyn- van Lede, een begin met een muurschildering ” de doop van Christus”. Het tafereel bleef voorlopig onvoltooid omdat het in de kille ruimte, met name in de winter, te koud was voor Toorop. Toen in de zomer het werk af was bleek al gauw dat Toorop zich had vergist in de grondering van de fresco waardoor het werk snel in kwaliteit afnam. In 1929, na zijn dood, werd het werk gerestaureerd door een leerling van Toorop Joan Colette.
Tussen 1916 en 1919 vervaardigde Toorop de ook nog steeds aanwezige Kruiswegstaties in de kerk. Veertien fraaie schilderijen die het lijden en sterven van Christus afbeelden. Op 18 mei 1919 vond de inzegening van de staties plaats toen nog met vier omlijstingen die elk drie staties bevatten en twee staties in een separate lijst. Deze zware eiken lijsten waren vervaardigd door de Oosterbeekse meubelfabriek LOV.
Ook de Christuskoepel op het landgoed Mari
ëndaal, een ontwerp van Alexander J. Kropholler, werd in opdracht van mevrouw De Bruyn-van Lede gebouwd in 1939-1940. Zij schonk deze anoniem aan het landgoed Mariëndaal, sinds 1936 eigendom van het Gelders Landschap. De daarin aanwezige beeldhouwwerken, waaronder een Christusbeeld en zeven beelden die de 7 deugden symbolisren: geloof, hoop, liefde, rechtvaardigheid, sterkte, gematigdheid en voorzichtigheid, zijn van de hand van de beeldhouwer Mari Andriessen. De zinspreuk in de koepel luidt: “Sursum Corda”,  “de harten omhoog”.

De achterzijde (noordzijde) van de villa "Dreijerheide". Foto uit 1936.

De achterzijde (noordzijde) van de villa “Dreijerheide”. Foto uit 1936.

Hotel Dreijerheide

De in 1911 verbouwde villa “Dreijerheide” woonhuis van J.J.E.H.M. de Bruijn en mevrouw P. de Bruijn-van Lede aan de Graaf van Rechterenweg 51. Links een deel van de koetsierswonig/ koetshuis van “Dreijerheide”.

De koetsierswoning/ koetshuis van de villa "Dreijerheide".

De oorspronkelijke in 1911 verbouwde koetsierswoning/ koetshuis van de villa “Dreijerheide”, na verbouwing in 1911. Hier woonde de chauffeur G. W. Gunsing die het echtpaar vervoerde.

Voorts trof men op de T-splitsing met de Oranjeweg het gerenommeerde pension de Bilderberg- Hoeve.

 

De Bilderberg-Hoeve op de kruising Graaf van Rechterenweg met de Oranjeweg.

De Bilderberg-Hoeve op de kruising Graaf van Rechterenweg met de Oranjeweg.

 

 

Reageren

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe jouw reactie gegevens worden verwerkt.