Oosterbeek – Beelaertslaan

De Beelaertslaan ontleent haar naam aan Jonkheer Johannes Beelaerts van Blokland die werd geboren op 8 augustus 1877  te Den Haag, als zoon van Jhr. Mr. Gerard Jacob Theodoor Beelaerts van Blokland en Johanna Maria Kneppelhout van Sterkenburg, een dochter van Kees Kneppelhout van Sterkenburg, de jongere broer van Jan Kneppelhout. Zijn vader was een kleurrijk figuur en telg uit een geslacht van Dordtse regenten. Hij was ambtenaar op Justitie en enkele malen Tweede Kamerlid voor de antirevolutionairen. ook was hij dertien jaar gezant van de Zuid-Afrikaanse Boerenrepubliek, een functie die hij combineerde met het Kamervoorzitterschap. Door die functie voelde hij zich sterk verbonden met de calvinistische nakomelingen van Nederlanders in Zuid-Afrika. Hij stond bekend als een tamelijk ijdel en vooral deftig persoon. Zo hechtte hij eraan zich als gezant met veel luister aangediend te zien bij andere gezanten. Hij was het die het gastenverblijf van Jan Kneppelhout behorende bij de Hemelsche Berg aankocht en de naam wijzigde van “Witte Poort” in “Transvalia”.

Transvalia met enige leden van de familie Beelaerts van Blokland op balkon en terras.

Transvalia met enige leden van de familie Beelaerts van Blokland op balkon en terras.

In 1901 werd hij procuratiehouder van de Nationale Bank te Den Haag. Vanuit het bankwezen kwam hij in 1913 in de Provinciale Staten van Gelderland (kiesdistrict Ede) en in 1921 werd hij lid van de Eerste Kamer  (voor Gelderland) Van 1909-1949 was hij raadslid van de gemeente Renkum, waarvan van 1910 tot 1917 en 1927 tot 1949 wethouder der gemeente Renkum.

Kuit[1]

Op deze foto genomen op het zuid-terras van het gemeentehuis Bato `s Wijk staat geheel links vooraan wethouder Jhr. J. Beelaerts van Blokland. Midden-voor burgemeester Jan van der molen met rechts naast hem gemeentesecretaris Kuit.

In 1919 overleed zijn oud-tante Ursula Kneppelhout- van Braam en kocht de gemeente Renkum het landgoed De Hemelsche Berg (z.a.). Met zijn echtgenote Jkvr. Jeannette Wernarda Louise de Girard de Mielet van Coehoorn als belangenbehartiger (hij was lid van de gemeenteraad) komt hij met de gemeente overeen een deel van het landgoed met het huis voor 75 jaar in er pacht te krijgen en gaat er met zijn gezin wonen.

Jan Beelaerts van Blokland sr. te paard voor het huis De Hemelsche Berg met rechts de latere generaal Jan jr.

Jan Beelaerts van Blokland sr. te paard voor het huis De Hemelsche Berg met rechts de latere generaal Jan jr.

Het huis de Hemelse Berg, met zicht op de oostzijde, in de tijd van bewoning door de familie Beelaerts van Blokland.

Het huis de Hemelse Berg, met zicht op de oostzijde, in de tijd van bewoning door de familie Beelaerts van Blokland.

 

De hoofdingang van het huis de Hemelse Berg aan de westzijde van het huis.

De hoofdingang van het huis de Hemelse Berg aan de westzijde van het huis.

 

Zicht vanuit het zuiden op het huis. Achter de serre bevond zich de "paarse salon" met de plafondschildering van Jacob de Wit.

Zicht vanuit het zuiden op het huis. Achter de serre bevond zich de “paarse salon” met de plafondschildering van Jacob de Wit.

Op dezelfde plek als op de vorige afbeelding 3 kinderen Beelaerts met een vriendin des huizes. V.l.n.r. Menno, Julia, Be Rooijaards en Corry.

Op vrijwel dezelfde plek als op de vorige afbeelding 3 kinderen Beelaerts met een vriendin des huizes. V.l.n.r. Menno, Julia, Bé Rooijaards en Corry.

 

Menigmaal was het huis de plek voor een ontvangst of eerbetoon. Hier wordt, in de jaren `30, Johannes Beelaerts van Blokland lof toegezwaaid door de scouting

Menigmaal was het huis de plek voor een ontvangst of eerbetoon. Hier wordt, in de jaren `30, Jan Beelaerts van Blokland lof toegezwaaid door de scouting

De familie Beelaerts van Blokland liet de in 1878 afgebrande koetsierswoning herbouwen waar de chauffeur van de familie woonde. Anno 2015 is de woning gedeeltelijk afgebroken t.b.v. nieuwbouw. Het koetshuis verdween in 1960 bij de bouw van het zusterhuis van de kraamkliniek/ verpleeghuis.
Ook ten tijde de bewoning door de familie Beelaerts van Blokland werd op de Hemelse Berg aan bosbouw gedaan, zij het ook nu voor gebruik door de familie.

Het laden van een massief stuk eikenhout.

Het laden van een massief stuk eikenhout.

Afvoer met paard en wagen. In het koetshuis van de Hemelse Berg werden geen eigen paarden meer gestald. voor dit werk huurde men materiaal in.

Afvoer met paard en wagen. In het koetshuis van de Hemelse Berg werden geen eigen paarden meer gestald. De familie had een chauffeur en geen koetsen meer. Voor dit werk huurde men materiaal in.

De koetsierswoning met links een deel van het oude koetshuis. De kinderen Verschoor in de sneeuw met op de achtergrond hun vader, aanvankelijk chauffeur later concierge van het huis.

De koetsierswoning met links een deel van het oude koetshuis. De kinderen Verschoor in de sneeuw met op de achtergrond hun vader, aanvankelijk chauffeur later concierge van het huis.

In 1934 was er enige tijd sprake van dat hij burgemeester van de gemeente Renkum zou worden. Verrassenderwijs werd echter Jenze Talsma benoemd. In 1944 werd het huis De Hemelsche Berg verwoest en keerde de familie Beelaerts van Blokland terug naar het op de hoek van de Kneppelhoutweg met de Pietersbergseweg gelegen “Vreeberg”.

In de verwoesting van het huis ging, naast alle kunstschatten, ook een fraai tegeltableau weergevende het huis uit de tijd van Jan en Ursula Kneppelhout verloren.

Tegeltableau weergevende de Hemelse Berg.

Tegeltableau weergevende de Hemelse Berg.

Door zijn persoonlijkheid en positie in gemeentelijke en kerkelijke kring, nam hij een belangrijke plaats in in het dorpsleven. Vele functies bekleedde hij. Hij was kapittelridder en coadjutor van de Johanniter Orde, was grote drijfveer achter  de komst van het Openluchtmuseum in Arnhem,  was voorzitter van de Stichting Wolfheze (krankzinnigeninrichting), voorzitter van de Verening Doorwerth ( die de instandhouding van kasteel Doorwerth nastreefde),  was lid van het bestuur Blindenstichting Bartimeüs en president-kerkvoogd Nederlandse Hervormde Kerk te Oosterbeek. Voor al zijn inspanningen werd hem werd bij zijn afscheid als president-kerkvoogd de zilveren erepenning van de gemeente Renkum toegekend. Op 22 februari 1960 overleed hij te Arnhem en werd in het familiegraf op de Nieuwe Begraafplaats Zuid te Oosterbeek bijgezet.

Reageren

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe jouw reactie gegevens worden verwerkt.