Cornelis Adriaan Sangster (1819-1866) plotseling gestorven

Het is donderdag 18 januari 1866 en Oosterbeek verkeert in diepe rouw. Op de nog nieuwe Algemene Begraafplaats aan de huidige Fangmanweg (1) wordt onder grote belangstelling de dorpsarts Cornelis Adrianus Sangster begraven (2). Drie dagen eerder was hij bezweken aan een korte, maar hevige ziekte, nog geen 47 jaar oud, een vrouw en vier kleine kinderen achterlatend. De Arnhemsche Courant beschrijft de gebeurtenissen als volgt (3): “Eene zeer talrijke menigte van verschillenden rang en stand had zich geheel uit eigen beweging bij het sterfhuis vereenigd, en volgde voorafgegaan door de leden van de raad de lijkkoets, om den overledene de laatste eer te bewijzen en om den vroeger onvermoeibaren en werkzamen man naar zijne rustplaats te geleiden.” Bij het graf werd het woord gevoerd door onder meer de net aangetreden burgemeester Jan van Embden en het raadslid Jan van ’s-Gravenweert. Uit alles bleek dat Sangster in hoog aanzien stond in de gemeente en geliefd was onder alle lagen van de bevolking. Wat de krantenberichten echter niet vermeldden, is dat Sangster op het moment van zijn overlijden op het punt stond om zijn grootste droom waar te maken, namelijk het betrekken van een door hemzelf gebouwd huis, dat bekend zou staan onder de naam “Hoogerheide”.

Afbeelding: Cornelis Adrianus Sangster (Oosterhout 1819- Oosterbeek 1866). Portret geschilderd door zijn neef Hendrik Alexander Sangster (kopie, collectie R.C. Sangster).
Linksonder:  handtekening op de notariële akte bij aankoop van zijn perceel op de Jagerskamp.
Rechts: Zijn proefschrift, verdedigd op 5 juli 1845 aan de Rijksuniversiteit Leiden (Leiden Universiteitsbibliotheek, 242 B 3:20), getiteld: “Dissertatio medica inauguralis continens quaedam de puerperio” (Enige zaken betreffende het kraambed).

Van Oosterhout naar Oosterbeek

Over het persoonlijk leven van Cornelis Adriaan Sangster is weinig bekend. Hij werd op 20 mei 1819 in het Brabantse Oosterhout geboren als zesde van een gezin met tien kinderen. Zijn grootvader George was van Schotse afkomst, terwijl zijn vader George David Sangster en zijn moeder Johanna Margaretha Ulrich een logement hielden in het huidige restaurant “de Vrijheid” op de Oosterhoutse Heuvel. Opvallend is dat beide ouders katholiek waren gedoopt, maar dat van hun kinderen sommigen katholiek en anderen hervormd waren (4). Cornelis Adriaan was een volle neef van de in Nijkerk geboren schilder Hendrik Alexander Sangster (1825-1901), en het enige bekende portret van Cornelis Adriaan is dan ook van diens hand.

Beiden waren zij ook volle neven van Adriana Haanen, de bekende Oosterbeekse schilderes die samen met Maria Vos in “Villa Grada” woonde. Adriana Haanen was eveneens uit Oosterhout afkomstig en in 1863 naar Oosterbeek verhuisd (5). Of haar keuze voor Oosterbeek mede bepaald werd door het feit dat haar neef daar huisarts was, vermeldt de geschiedenis niet. Dat ook Cornelis Adriaan Sangster geïnteresseerd was in de schilderkunst, blijkt uit het feit dat in de boedelbeschrijving na zijn dood expliciet melding wordt gemaakt van het bezit van een negental schilderijen. Ook liet hij zich als arts weleens door Oosterbeekse kunstenaars in de vorm van schilderijen uitbetalen (6).

Cornelis Adriaan Sangster liet zich in september 1839 op 20-jarige leeftijd als student Geneeskunde inschrijven aan de Leidse universiteit, alwaar hij in 1845 promoveerde op een proefschrift in de gynaecologie (7). Behalve huisarts en apotheker was hij dus ook verloskundige. Volgens zijn overlijdensbericht in de Arnhemsche Courant8) had hij ongeveer 20 jaar lang een uitgebreide praktijk in het dorp. Dat zou suggeren dat hij zich al snel na het afronden van zijn studie in Oosterbeek heeft gevestigd. Dit wordt door een boedelbeschrijving uit 1845, waarin staat dat men hem nog een honorarium over datzelfde jaar verschuldigd is, ook inderdaad bevestigd9).

In de “Oasterbeêksche Proatjes” uit 1934 (10) wordt beweerd dat Sangster in die eerste jaren in de villa Beekhof heeft gewoond, op de hoek van de Weverstraat en Zuiderbeekweg, waar tot en met de Tweede Wereldoorlog de huisarts Isaäc Brevée zijn praktijk had. Gaart Derk beschrijft bij zijn wandeling “Beekhof, ’n heel oud huus, dat omstreeks 1840 mot gebouwd zin. Van ouwer tot ouwer is dir ’n doktershuus. In mijn jonge jaoren woande daor Dokter Sangster, die in 1866 gestorven is, ’n bovenstebeste dokter, die bij ons thuus altoas over de vloer kwam as ’t noadig was; mijn moeder het-ie van de zenuwzinkingskoortsen afgeholpen…”.

Hoewel het net lijkt alsof de schrijver Sangster persoonlijk heeft gekend, is dat gezien het leeftijdsverschil zeer onwaarschijnlijk. Er is echter geen enkel historisch bewijs gevonden dat Sangster ooit op Beekhof heeft gewoond. Dat Sangster een goede naam had in het dorp, blijkt wel uit de brief (11) die de schilder Johannes W. Bilders in 1857 vanuit zijn huis in Leiden schrijft aan zijn voortdurend zieke zoon Gerard in Oosterbeek: “Laat Sangster u spoedig beter maken – vertrek niet naar Den Haag, voor gij inderdaad geheel beter zijt”. Het mocht niet baten, Gerard overlijdt in 1865 op 26-jarige leeftijd.

Bij vrouw Wiesner in “de Geldersche Bloem”

Sangster blijkt volgens een boedelbeschrijving uit 1847 nog ruim Fl.300 gulden aan huur verschuldigd te zijn aan de kort daarvoor overleden Gerrit van Rangelrooij en diens vrouw, Janna van der Burg. We mogen er van uit gaan dat het echtpaar kamers verhuurde of een pension hield, want in 1847 woonden behalve Sangster nog zeker twee andere personen in bij de weduwe Van Rangelrooij. In een andere akte uit 1847 is er zelfs sprake van “zeer aanzienlijke revenuen” die het huis opbrengt.

Na de dood van haar man zette Janna van der Burg het pension voort. Zij hertrouwde eerst met de schildersknecht Jan Arnoldus Brouwer en, na diens dood, in 1853 met de huisschilder Hermanus Casper Wiesner. Als in 1857 het Nieuw Arnhemsch Adresboek voor het eerst ook een adreslijst van Oosterbeek opneemt (12), woont Sangster nog steeds in dit pension, met als adres “In het dorp 41”. Vaak logeerden er ook schilders, ten behoeve waarvan er een atelier was bijgebouwd. Zo woonden er in 1857 behalve Sangster nog drie andere personen op dat adres, waaronder de bekende kunstschilder C.H. Meiners met zijn gezin. Het ziet er dus naar uit dat Sangster nooit op “Beekhof” heeft gewoond, maar direct na zijn komst naar Oosterbeek zijn intrek heeft genomen bij Janna van der Burg, de latere vrouw Wiesner. We mogen er van uit gaan dat Sangster vanuit dit adres ook zijn praktijk heeft uitgeoefend. In die tijd ging een arts bij zijn patiënten op bezoek en hield hij thuis slechts een kleine apotheek aan.

“In het dorp 41” was overigens een historische locatie: het bevond zich op de plaats waar voorheen het huis “de Geldersche Bloem” had gestaan. De geschiedenis van dat huis gaat tenminste terug tot 1764. Na aankoop in 1831 door Antonie van Muiswinkel, koetsier bij Robidé van der Aa op “de Hemelsche Berg”, werd het oorspronkelijke huis “de Geldersche Bloem” gesloopt, waarna Van Muiswinkel circa 1838 op dezelfde plek een geheel nieuw huis liet bouwen13). Dit huis werd in 1844 –het jaar van zijn huwelijk met Janna van der Burg- door Van Rangelrooij gekocht. Na een twintigtal jaren als pensionhoudster gewerkt te hebben, kreeg Janna samen met haar man andere plannen. Zo beklaagt in 1864 de eerder genoemde Gerard Bilders zich als volgt bij Kneppelhout: “Bij vrouw Wiesner, waar ik een atelier zou zoeken, ben ik niet zóó geslaagd als ik wenschte. Wel zou ik er eene der voorkamers tot
werkplaats kunnen krijgen, maar ik zou er niet kunnen slapen en ontbijten, noch iets van dien aard, omdat vrouw Wiesner geene logés op die wijze meer aanneemt”11). In 1866 worden huis, tuin en atelier verkocht aan de metselaar Jan van Schuilenburg. Als deze overlijdt, blijkt uit de boedelbeschrijving van 1873 dat ook dit tweede huis destijds bekend stond als “de Geldersche Bloem”. Het huidige -derde- huis “de Geldersche Blom” aan de Benedendorpsweg 106 stamt uit 1887 en is na de oorlog in oude glorie hersteld (voor meer informatie over de geschiedenis van “de Geldersche Bloem” zie http://www.zonneheem.nl).

Anna van der Crab

In 1857 komt er meer duidelijkheid over het privé-leven van Cornelis Adriaan Sangster. Op 5 juni van dat jaar trouwt hij met Anna van der Crab, die op 24 januari 1829 in Amsterdam was geboren. Anna woonde in die periode op “Schoonoord”, dat haar vader Adrianus Adam van der Crab in 1845 had gekocht van Minne Dolleman, de voorganger van Sangster als huisarts in Oosterbeek. Adrianus Adam was van huis uit ingenieur en landmeter, maar had vooral fortuin gemaakt als bankier. Met zijn vrouw Elisabeth de Villeneuve had hij twaalf kinderen, waarvan Anna de tiende was. “Schoonoord” was in die tijd een buitengoed langs de Utrechtseweg en zou pas een twintigtal jaar later een bestemming als hotel krijgen. Het huwelijk tussen Cornelis Adriaan en Anna werd ingezegend in de Oude Kerk, en we mogen er van uit gaan dat deze heuglijke gebeurtenis feestelijk is gevierd op “Schoonoord”. In datzelfde jaar besluit Anna’s vader echter “Schoonoord” te verkopen. Schoonzoon Sangster doet een bod op het huis, maar hij wordt overtroefd door C.A. Sprenger, Majoor der Cavalerie te Arnhem.

Afbeelding: Anna van der Crab (Amsterdam 1829- Den Haag 1918). Collectie R.C. Sangster

Na hun trouwen gaan Sangster en Anna wonen op het adres “Welgelegen, boven in de Weverstraat”14). In die tijd was het gebruikelijk dat de import Oosterbekers huizen huurden van de autochtone Oosterbekers, en zo ook huurde Sangster “Welgelegen” van de landbouwer Peter Egberts15). Het dorp omvatte in die tijd alleen het benedendorp, en de Weverstraat was nog niet doorgetrokken naar de Utrechtseweg. Je was dus al gauw boven in de Weverstraat. “Welgelegen” moet gelocaliseerd worden op de plek van de huidige panden Van Eeghenweg 1 en Jagerskamp 21. Op “Welgelegen” kregen Cornelis Adriaan en Anna vier kinderen, te weten Elisabeth Maria Cornelia (1858), George David (1860), Adriaan Adam (1862) en Margaretha Johanna (1864). Toen Sangster overleed, bleef Anna dus achter met kinderen van 7, 5, 3 en 1 jaar oud. Bij zijn overlijden was Sangster behalve huisarts ook lid van de gemeenteraad van Renkum. Hij was in 1862 in de raad gekozen en in 1865 herkozen voor een periode van 5 jaar, een termijn die hij niet zou volmaken.

De Jagerskamp

Medio 1864 verkopen de weduwe en erven van koopman Gerrit Maassen in het openbaar “Een Huis en Erve met Tuin en Bouwland genaamd de Jagerskamp”. Dit terrein van maar liefst 3 ha, begrensd door de huidige Weverstraat, Jagerskamp en Jagerspad, had Maassen in 1834 van de Domeinen gekocht en werd nu in percelen geveild. Sangster koopt het grootste perceel, een terrein met een omvang van ruim 1 ha, waarop ook het door Maassen gebouwde huis “de Jagerskamp” staat16). Dit huis is ten tijde van de koop verhuurd aan ene mejuffrouw E.P. ten Zijthoff, met een huurovereenkomst doorlopend tot 1 mei 186517). Sangster is echter niet in dit huis geïnteresseerd. Nu zijn droom om “Schoonoord” te kopen is afgeketst, richt hij zijn ambitie op het bouwen van een geheel nieuwe villa op het terrein van “de Jagerskamp”, de villa die wij kennen als “Hoogerheide”.

Op het hoogste gedeelte van het terrein, tussen de huidige Jagerskamp en Voorinkstraat, aan de noordzijde van Hogerheide, bouwt hij zijn eigen huis: “gelegen op een verheven en schoon punt, een fraai uitzigt aanbiedende op het dorp en naar verschillende zijden overheerlijke vergezigten op den Rijn, de Betuwe enz”18).

De architect is de van oorsprong Amsterdamse bouwmeester Gerrit Frederik Moele Bergveld19), die vele jaren in Oosterbeek heeft gewoond en op de Algemene Begraafplaats begraven ligt. Hij is vooral bekend geworden als eerste voorzitter van het Amsterdamse Genootschap Architectura et Amicitia20) in de periode 1855-1860. Het huis is: “in smaakvollen stijl gebouwd en gemakkelijk ingerigt, bevat behalve Marmeren Vestibule of Gang, Keuken, Provisie- en Wijnkelder, Zolder, Dienstbodenkamers
en verdere Gemakken, acht meerendeels ruime Beneden en Bovenkamers, waarvan er beneden vier ineenlopen” 18).

Het uitvoerend werk werd verricht door de metselaar/aannemer Steven van Burk en het schilderswerk door Sangsters voormalige huisbaas H.C. Wiesner. De tuin werd aangelegd door G. Gerritsen, terwijl het ijzeren hek geleverd zou worden door de smid H.J. Breman 21).

Afbeelding: kaartjes (noord-zuid gericht) gebruikt bij de veiling van de Jagerskamp (notarieel archief, Gelders archief, Arnhem). Links, bij de veiling van 1864, waarbij het terrein is ingedeeld in acht percelen. Sangster kocht het grote perceel nummer 1, met daarop het bestaande huis “de Jagerskamp” (nr. 600).

Rechts, bij de veiling in 1866, waarbij het oorspronkelijke terrein van Sangster in zes percelen werd aangeboden. In het linkerperceel het door Sangster gebouwde huis dat later “Hoogerheide” zou heten, in het onderste perceel rechts de oude villa “de Jagerskamp”. Overigens werd bij de veiling in 1866 het terrein in zijn geheel (“in massa”) gekocht door Alexander Cremer. Rechts op de kaart staat: “gedeelte grond bestemd tot aanleg van den Straatweg” (bedoeld is het doortrekken van de Weverstraat in noordelijke richting)

Volgens plan zou het gezin Sangster op 1 februari 1866 het nieuwe huis betrekken. Er waren al enige meubelstukken overgebracht naar het nieuwe huis, inclusief de schilderijen, en in het Nieuw Arnhemsch Adresboek van 1866 had Sangster zijn adres al laten veranderen in Jagerskamp B96a22). Dan slaat echter het noodlot toe. Net op het ogenblik dat zijn droom op het punt staat bewaarheid te worden, wordt Cornelis Adriaan ernstig ziek, mogelijk als gevolg van een cholera-besmetting6). Enige dagen later, op 15 januari 1866, overlijdt hij. In de editie van 17 januari 1866 gaat de Arnhemsche Courant uitgebreid in op het overlijden van Sangster: “Heden (15 jan.) leed onze gemeente een groot verlies door het onverwacht sterven van den heer medicinae dr. C.A. Sangster, die als geneesheer hier ongeveer twintig jaren lang eene zeer uitgebreide praktijk had en zeer veel vertrouwen genoot. Een hevige ziekte van slechts weinige dagen deed den anders zoo krachtigen man in den ouderdom van ruim 47 jaren bezwijken, tot droefheid van zeer vele aanzienlijken en niet minder van zoo vele armen,
voor wie hij ten allen tijde een zeer weldoend geneesheer was.” Sangster was bij zijn overlijden overigens pas 46 jaar oud. En ter gelegenheid van zijn begrafenis meldde de Arnhemsche Courant van 20 januari nog: “De zigtbaar weemoedige stemming, waarin men de rustplaats der dooden verliet, was een duidelijk bewijs hoezeer men het verlies betreurde van den man, wiens naam hier zeker niet spoedig zal vergeten worden”. Maar de een zijn dood, is de ander zijn brood. Al in diezelfde Arnhemsche Courant van 20 januari staat een advertentie van N.S. Koning, Medicinae Doctor, Chirurg en Accoucheur (verloskundige; red.), waarin hij meldt dat hij zich, na een tienjarige praktijk in Heteren, thans als zodanig heeft gevestigd in Oosterbeek, ten huize van de koster Derksen. Dat leidt op 25 januari 1866 weer tot een ingezonden stuk in de Arnhemsche Courant, waarin een ingezetene van Heteren zich beklaagt over het feit dat de plaatselijke arts met de noorderzon naar Oosterbeek is vertrokken om zich
daar als opvolger van Sangster te vestigen. Kennelijk was een praktijk in Oosterbeek toch iets aantrekkelijker dan een in Heteren.

Na de begrafenis vertrekt Anna van der Crab met haar kinderen naar Arhnem. Zij is met vier kleine kinderen achtergebleven, heeft geen inkomsten, en er zijn nog schulden van de bouw van het huis. Zo had Sangster een half jaar voor zijn dood nog een lening van Fl 10.000 afgesloten bij Kneppelhout, tegen een overigens relatief lage rente van 3,5 %. In augustus van dat jaar laat Anna haar Oosterbeekse bezittingen in het openbaar verkopen. De omschrijving van het te veilen goed luidt: “Een nieuw gebouwd Heerenhuis met erve en tuingrond, benevens eene afzonderlijke woning en erve met tuin en bouwland, alles aan elkaar gelegen…. te zamen één bunder, zeven roeden, zeventig ellen.” Van de verkoop uitgesloten is een smalle strook langs de oostzijde van het terrein “bestemd zijnde om aan den
geprojecteerden straatweg te worden getrokken of wel tot deszelfs aanleg te worden gebezigd” (Het betreft hier het doortrekken van de Weverstraat ten noorden van de huidige Dam; zie afbeelding). Het jaar erna vertrekt Anna met haar kinderen naar Den Haag, waar zij tot het eind van haar leven (18-10-1918) heeft gewoond.

Van Jagerskamp naar Hoogerheide

Alexander Cremer, grondeigenaar te Arnhem, blijkt bij de veiling de hoogste bieder op het ongedeelde perceel23). Hij verkoopt het perceel echter datzelfde jaar al door aan Roghier Diederik Benten, voormalig goudsmid afkomstig uit Amsterdam en sinds 1864 bewoner van het ernaast gelegen “Overzigt”24). Benten breidde het grondgebied van “Hoogerheide” nog uit met een stuk grond ten noorden van de villa en liet het huis aan de voorkant uitbouwen. Ook liet hij op het terrein een koetshuis plaatsen. In 1867 wordt het oude huis “de Jagerskamp” afgebroken. In de adreslijst van Oosterbeek van 1868 staat als adres van het nieuwe huis vermeld “huize Jagerskamp B96a”. Kennelijk heeft hij in eerste instantie de naam van het oude afgebroken huis doen overgaan op de nieuwe villa. Vanaf 1869 is de naam van de villa 7 echter veranderd in “huize Hoogerheide”. Sangster was dus de bouwer, Benten de naamgever van “huize Hoogerheide”.

Afbeelding: Het door Sangster gebouwde huis (zuidzijde) dat later bekend zou staan als “Hoogerheide”. Foto rond 1910 toen burgemeester Van Toulon van der Koog in het huis woonde (foto C.R. Goedeljee, Foto-album collectie Gelders Archief, Arnhem)

Benten blijft met zijn echtgenote Wilhelmina Jacoba Adriana Goudswaard tot 1895 op “huize Hoogerheide” wonen. Op 5 oktober van dat jaar overlijdt Benten en kort daarna, op 9 december van hetzelfde jaar, zijn vrouw. In april 1896 wordt door hun erfgenamen “Hoogerheide” via een veiling verkocht aan de toenmalige burgemeester van Oosterbeek J.V.M. van Toulon van der Koog. Deze overlijdt op 10 januari 1914 en bij de boedelscheiding wordt “huize Hoogerheide” toebedeeld aan zijn weduwe Christina Henriette Tijdeman. Na haar overlijden op 14 juni 1918 houden hun acht kinderen “Hoogerheide” nog een aantal jaren aan25). Op 8 augustus 1925 wordt “Hoogerheide” vervolgens verkocht aan Nicolaas Herman Westra, civiel-ingenieur, en Adrianus Goossens, aannemer te Oosterbeek 26). In huidige tijden zouden wij zeggen dat het terrein in de handen was gevallen van project-ontwikkelaars.

“Huize Hoogerheide”, de droom van Cornelis Adriaan Sangster, was geen lang leven beschoren. Nog in hetzelfde jaar werd het huis gesloopt en het terrein verkaveld.

De kinderen Sangster

De twee dochters van Cornelis Adriaan Sangster en Anna van der Crab, Elisabeth Maria Cornelia (1858-1943) en Margaretha Johanna (1864-1938) bleven beiden ongehuwd. Zij waren erg klein van stuk en werden als dwergen aangeduid. Beiden werkten als gouvernante en gaven les in Engels en Frans6). De oudste zoon, George David, was aanvankelijk als Luitenant-ter-Zee gelegerd in Den Helder, maar werd later havenmeester in Nederlands-Indië. Tot schrik van de familie trouwde hij in 1882 in Batavia met een halfbloed Indisch meisje, Johanna Niclou. George David werd slechts 32 jaar oud: in 1893 kwam hij tijdens een opstand in Anjer op West-Java om het leven. Anjer (het huidige Anyer) is vooral bekend vanwege de verwoesting in 1883 door de uitbarsting van de Krakatau. Zijn weduwe voelde zich niet door de Nederlandse familie geaccepteerd en bleef met haar vier kinderen in Indië wonen. Daar hertrouwde zij in 1895 met de veel oudere Salomon Roos, resident van Timor 27).

De jongste zoon, Adriaan Adam (1862-1943), werd ingenieur bij de spoorwegen in Semarang en later lid van de Raad van Bestuur van de Ned.-Indische Spoorweg-Maatschappij27). Met zijn vrouw, de uit Arnhem afkomstige Johanna Haga, had hij een zoon en twee dochters. Deze zoon Hendrik is vooral bekend geworden als architect van een tweetal “Citées Hollandaises” in Noord-Frankrijk en door de bouw van een zestiental Nederlandse watertorens in art-deco stijl.

Afbeelding: De in Oosterbeek geboren kinderen van Cornelis Adriaan Sangster
en Anna van der Crab, v.l.n.r. Elisabeth Maria Cornelia, George David,
Adriaan Adam en Margaretha Johanna (Collectie R.C. Sangster).

Voetnoten

1) De Algemene Begraafplaats in Oosterbeek stamt uit 1856. De Fangmanweg heette lange tijd Kerkhofweg.
2) C.A. Sangster ligt begraven op nummer A058, maar de grafsteen is verloren gegaan.
3) Arnhemsche Courant, 20 januari 1866 ; Wageningse Courant, 25 januari 1866
4) Heemkundekring De Heerlijkheid, Oosterhout
5) P. van der Kuil, Jan Kneppelhout en zijn tijdgenoten, Uitgeverij Kontrast, Oosterbeek (2007)
6) R.C. Sangster, Scheveningen (persoonlijke mededeling)
7) Exemplaren van dit proefschrift bevinden zich onder andere in de universiteitsbibliotheken van Leiden en Utrecht (zie ook afbeelding ).
8) Arnhemsche Courant, 17 januari 1866; Wageningse Courant, 18 januari 1866
9) Boedelbeschrijving (akte 16 augustus 1847) van Meindert Evers, eigenaar van Beekhof, en zijn vrouw Johanna Elisabeth Gerritsen, naar aanleiding van het overlijden van laatstgenoemde.
10) Oosterbeeksche Courant, 18 augustus 1934
11) http://www.dbnl.org/tekst/bild004brie01_01/
12) Nieuw Arnhemsch Adresboek. Uitgeverij Coers en Roest, Arnhem
13) Het betreft de percelen nr. 210 en 211 op de kadastrale kaart van 1832. Uit een beschrijving in een
veilingakte van 1841 valt op te maken dat het huis van meet af aan voor kamerverhuur of als pension
bedoeld was.
14) Sangster had van 1858-1859 als woonadres “boven in de Weverstraat 171”, en (na de algemene
hernummering) van 1860-1865 “Welgelegen A104”. De naam “Welgelegen” is sinds 1871 uit het
adresboek verdwenen. Op hetzelfde adres (A157 sinds de hernummering van 1870) woonde van 1871-
1873 E.A. Romswinckel, de eerste notaris in Oosterbeek.
15) Huiseigenaar Peter Egberts woonde met zijn vrouw Albertje Snijder in hetzelfde pand op het adres
“boven in de Weverstraat 171b” en vanaf 1860 op A105.
16) Het terrein van 3 ha was in acht percelen onderverdeeld. Sangster kocht zijn perceel van ruim 1 ha voor Fl. 7301.
17) De huur bedroeg Fl. 250 per jaar. In februari 1865 werd dit huis voor twee jaar verhuurd aan W.J.
Lamers, voerman op Arnhem.
18) Veilingadvertentie Arnhemsche Courant 8 augustus 1866
19) G.F. Moele Bergveld (1829-1895) woonde van 1861-1865 en van 1885-1895 in Oosterbeek. Hij ligt
met zijn vrouw Susanna Hartgerink begraven in graf A289 op de Algemene Begraafplaats.
20) http://nl.wikipedia.org/wiki/Architectura_et_Amicitia
21) Gegevens afkomstig uit boedelbeschrijving 17 maart 1866, notaris C.F. Troost, notarieel archief,
Gelders Archief, Arnhem
22) Het oude huis “De Jagerskamp” was genummerd Jagerskamp B96
23) Alexander Cremer kocht het perceel voor Fl. 14690 en verkocht het weer voor Fl. 15000.
24) Het toenmalige “Overzigt” was in 1853 gebouwd door J. Backer jr. Hij had het terrein in 1850 gekocht van Robidé van der Aa. Hij verhuurde het huis jarenlang aan de bankier A. van Geuns (alleen ’s
zomers). Nadat Benten naar “Hoogerheide” was verhuisd, ging Backer jr. er in 1868 zelf wonen.
25) Eén van de dochters, mej. H.E.H. van Toulon van der Koog, bewoonde tot 1924 waarschijnlijk een
gedeelte van het huis of verbleef er af en toe. Op hetzelfde adres Jagerskamp 14 wordt in de adreslijst
vanaf 1921 ook E. Elema, boekdrukker, vermeld
26) Voor een bedrag van Fl. 30000.
27) A.J.E. van Ourijck van der Crab, Het geslacht Van der Crab en aanverwante familiën: biographisch genealogisch overzicht 1500-1900, Martinus Nijhoff, ‘s Gravenhage, 1927/1928

Anneke Martin & Joop van Zoelen

Email: jovazo@wxs.nl
Website: http://www.zonneheem.nl

 

Reageren

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.