Cineast D.J. van der Ven (Weverstraat) maakt “film-geschiedenis”

De latere directeur van Polygoon, I. A. Ochse, was verantwoordelijk voor de artistieke leiding.

Dirk jan van der Ven werd geboren in de P. C. Hooftstraat te Amsterdam als oudste zoon van Paulus van der Ven en Talea Beckering. Zijn grootouders van moederszijde waren Dirk Beckering (reder) en Hissina Knoop, geboren te Groningen en overleden te Amsterdam 1898. Van der Ven schreef meer dan 50 boeken over folklore, talloze artikelen en voordrachten met lichtbeelden en films. Zijn echtgenote dr. E. van der Ven-ten Bensel (1892-1982) was auteur van een aantal boeken over de volksdans.

Door familieomstandigheden verhuisde het gezin Van der Ven eerst naar Breda en vandaar naar Arnhem, waar hij met een broer de 5-jarige H.B.S. bezocht. Hij behaalde in 1909 het einddiploma.  Later ging hij in Oosterbeek wonen (Weverstraat). Hij begon op jonge leeftijd, in een reeks van 10 dagboeken, getiteld Opmerkingen in de levende natuur, te vertellen over planten, bomen, vogels en wat hij verder tegen kwam bij lange voettochten. Hij was betrokken bij de oprichting van het Nederlands Openluchtmuseum in Arnhem. Het door hem georganiseerde Vaderlandsch Historisch Volksfeest op het terrein van het Nederlands Openluchtmuseum, in 1919, werd door meer dan 400.000 bezoekers bijgewoond

In 1922 was hij de bedenker van De Rijn van Lobith tot aan zee, een film die bekend zou worden onder de titel Rijnfilm en de eerste film was die een groot deel van Nederland vanaf het water liet zien. In 1921 kwam zijn film: De Lentefilm, daarna in 1923 De Zomerfilm, Neerlands volksleven in den Zomer en in 1926 De Oogstfilm, Neerlands volksleven in den Oogsttijd in omloop. De afsluiting van de Zuiderzee was ook een dankbaar onderwerp voor de opkomende filmcultuur in Nederland. De Zuiderzeefilm die Van der Ven in 1928 voor Orion maakte was bedoeld voor het onderwijs. In 1936 kwam nog een film Folklore in Asselt tot stand.

Julius Röntgen componeert muziek

In de jaren twintig schreef Julius Röntgen de muziek voor vier folkloristische films van de cineast Dirk Jan van der Ven (1891-1973): de Lentefilm (1922), Zomerfilm (1923), Herfstfilm (1926) en de Zuiderzeefilm (1928). De cinema was destijds nog een zwijgende kunstvorm en Röntgen heeft deze films talloze malen zélf begeleid, o.a. in het Amsterdamse Ceintuurtheater en andere bioscooptheaters in heel Nederland

Julius Röntgen tijdens de opnamen van “Neerlands volksleven in de zomer”

Bekijk alle films van D.J. van der Ven

Van der Ven kenner van onze Volkscultuur

Voor Van der Ven moest de film de eerste zijn uit een reeks, ‘waarin systematisch de verschillende uitingen van het Nederlandsche Volksleven zullen worden vastgesteld.” Van half maart tot half mei 1921 trok de Polygoon filmploeg Nederland door om typische volksgebruiken met de filmcamera vast te leggen. Ochse en Van der Ven zochten hun stof voornamelijk buiten de randstad. Zo filmden ze het eieren zoeken in Schinnen en het oprichten van de kallemooi —een soort meiboom— op Schiermonnikoog.

Polygoon liet niet na de authenticiteit van de film te benadrukken: ‘…alles, wat nog bestaat van Neerland’s Lenteleven, werd opgenomen in volle werkelijkheid. Geen scènes, die gespeeld of geënsceneerd werden, maar een zuivere weergave der echt typisch-Hollandsche Lentegebruiken.’  Bij Polygoon overheerste het gevoel dat de ‘LENTEFILM’ hiermee voldoende ingrediënten bevatte om hem in de ogen van pers en publiek anders en beter te maken dan Mullens’ veel bejubelde NEDERLAND die in het voorjaar in première was gegaan. Helaas zou dat niet lukken.

Reageren

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.